Snel, Efficiënt en Harteloos.

november 9, 2007

Vrouwe Justitia

Trots op Nederland, het is een gevoel dat de laatste jaren weer aan kracht wint. Nationalisme is in opkomst, met populisme en protectionisme in het kielzog. De burger verwacht van de overheid dat zij de Nederlandse belangen goed behartigd, en indien dit niet op korte termijn gedaan wordt, wordt zijn genadeloos afgestraft. Het vertrouwen in de Nederlandse overheid is over het algemeen niet hoog, maar de burgers verwachten wel veel van haar, zoals is gebleken uit het rapport van 21minuten.nl.(1)

Deze verwachtingen en “opvliegendheid” van de Nederlandse bevolking is onder andere te verklaren door de voortzettende individualisering en informatisering. Het internet verbindt ons allen en geeft ons een gevoel van keuzevrijheid en gelijkwaardigheid. Dat in het ongedigitaliseerde deel van de maatschappelijke structuur, met name de overheid(sdiensten), er nog steeds spraken is van een overheid en een onderdaan, brengt voor de burgers wantrouwen met zich mee. En om dit wantrouwen weer weg te nemen en een gevoel van gelijkwaardigheid te creëren, is de overheid begonnen met te digitaliseren.

Om dezelfde reden digitaliseert de rechtspraak ook. Door wetten en uitspraken op het internet te zetten, zijn ze in principe gedemocratiseerd, oftewel overal en voor iedereen bereikbaar gemaakt. Daarnaast kan digitalisering ook er voor zorgen dat de rechtspraak sneller, effectiever en efficiënter wordt; een groot pluspunt, aangezien er al jarenlang geklaagd wordt over de bureaucratische logheid van het systeem.

Als een digitaal rechtssysteem, e-justice gedoopt, zulke voordelen met zich meebrengt, waarom kijken veel mensen er dan met wantrouwen naar? Hebben de sciencefiction boeken, waarin harteloze computersystemen niet meer kijken naar de persoonlijke situatie van de aangeklaagde, dan zo’n grote invloed gehad? Of is de angst op werkelijke problemen gebaseerd en kan e-justice ertoe leiden dat het toch al relatief lage vertrouwen in ons rechtssysteem omslaat in goed gemotiveerd wantrouwen?(2)

De alomvattende vraag die hieruit voortkomt, is tevens de hoofdvraag van dit artikel, namelijk: tot welke grens is de digitalisering van de rechtspraak wenselijk?

Voordat we echter kunnen stellen of de digitalisering van de rechtspraak behoorlijke rechtspraak in gevaar brengt, moeten we eerst een kader schetsen. Wat verstaan we eigenlijk onder “behoorlijke” rechtspraak?

Grondbeginselen van “behoorlijke” rechtspraak

Het artikel 6 van Europees Verdrag van de Rechten van de Mens(3) en diens interpretatie door Ronald Hendrik van den Hoogen (Van den Hoogen, 2007: 8-14) bieden ons hulp bij het schetsen van een dergelijk kader. In dit artikel zal slechts een beperkte selectie van de grondbeginselen van behoorlijke rechtspraak worden besproken.

Ten eerste moet er sprake zijn van de zogenaamde nevenschikking voor niet-professionals. Dit houdt in dat indien iemand die geen toegang heeft tot het internet of andere elektronische hulpmiddelen niet verplicht mag worden tot het gebruik van deze middelen. Ongedigitaliseerde rechtspraak moet dus mogelijk blijven. Om elektronische rechtspraak echter een kans te geven, mogen professionals, of mensen die wel in het bezit zijn van elektronische hulpmiddelen, verplicht worden tot het gebruik hiervan.

Hieruit volgt echter dat de kwaliteit van een digitale publicatie of zitting minstens dezelfde kwaliteit moet bezitten als een publicatie of zitting zonder digitale onderdelen. Dit principe noemt men het beginsel van publieke inzichtelijkheid en is opgesteld om daarmee het huidige niveau van de rechtspraak te waarborgen.

Als derde beginsel is er het beginsel van bestendigheid. Hiermee probeert men ervoor te zorgen dat de digitale rechtspraak zoveel mogelijk gebruikt maakt van de hardware en software die in de maatschappij gebruikelijk is, en dus voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk is.
Uiteraard is de veiligheid en betrouwbaarheid van belang. Er moet een garantie zijn dat elektronische rechtspraak niet gemanipuleerd kan worden en dat deze aan dezelfde veiligheidseisen voldoet als conventionele rechtspraak. Daarnaast moet er sprake zijn van transparantie, waarbij de systemen die in e-justice gebruikt worden online gepubliceerd worden. Hierdoor kan de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechtelijke macht gewaarborgd blijven.

Ten slotte zijn er nog enkele eisen aan de rechterlijke macht. Vanwege de mogelijk hogere snelheid van afhandeling, die e-justice mogelijk maakt, is het ook redelijk om een kortere maximale termijn van afhandeling te stellen. Van de rechterlijke macht moet dus geëist worden dat deze het efficiëntievoordeel van e-justice ook daadwerkelijk gebruikt. Dit wordt het beginsel van voortvarendheid genoemd.

Met behulp van deze grondbeginselen kunnen we kijken hoe bepaalde verwachtingen en aspecten van e-justice het kader overschrijden.

Grensoverschrijdende aspecten van e-justice

Om te beginnen met het beginsel van nevenschikking. Ondanks het feit dat er een dominante visie is bij de overheid dat de conventionele vorm van overheidsdiensten moeten blijven bestaan naast de digitale vorm, blijkt er op een aantal terreinen de digitale vorm toch de conventionele te vervangen. Dit is vooral zichtbaar bij ondernemingen in de vorm van een verplichting van elektronische aangifte van belasting en loonheffing.

Het is opmerkelijk dat de overheid een dergelijk onderscheid heeft gemaakt, want hiermee wordt dus in principe door de overheid gesteld dat het wel degelijk mogelijk is om de conventionele diensten te vervangen door digitale. Tevens is het zo dat bepaalde rechtsvormen niet meer voor iedereen toegankelijk zijn. Een individu dat geen toegang heeft tot het internet, zal onmogelijk zelfstandig ondernemer kunnen worden. Hij kan immers niet aan de verplichting voldoen om elektronisch aangifte te doen. Digitalisering kan dus de keuzevrijheid van individuen beperken.

Als een dergelijke uitsluiting ontstaat in de rechtspraak, dan komt dit in strijd met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, welke Nederland ondertekend heeft.(4) Volgens artikel 10 en 11 van deze verklaring heeft iedere Nederlandse burger recht op een onafhankelijke en onpartijdige rechter en op een eerlijke verdediging. Uitsluiting van bepaalde informatie, middelen of zelfs de hele zitting zou ertoe leiden dat er geen sprake meer is van een eerlijke verdediging. Het is dus van enorm belang dat de conventionele methoden beschikbaar blijven, om zo uitsluiting van het rechtsysteem tegen te gaan; een grens die niet overschreden mag worden.

Zoals al werd gezegd, kunnen professionals, zoals ondernemers, wel verplicht worden tot het gebruik van het internet of andere elektronische hulpmiddelen. Deze bepaling brengt een aantal hindernissen met zich mee, bijvoorbeeld het probleem dat zich voordoet als blijkt dat de volledigheid van de digitale informatie minder is dan van de conventionele. Een voorbeeld hiervan is de beperking van keuzevrijheid door camera’s: niet de toeschouwer, maar de cameraman bepaalt wat er in beeld komt. Hierdoor kan getoonde informatie niet goed in beeld komen of bepaalde gezichtsuitdrukkingen gemist worden. Hierdoor wordt de kwaliteit van de digitale informatie lager dan die van de conventionele. Het is waarschijnlijk echter een kwestie van tijd voordat deze hindernis overwonnen zal worden door de technologische ontwikkeling.

Een ander probleem wat zich kan doen door de digitalisering van de rechtspraak, is dat sommige zaken niet meer te openen of leesbaar zijn. Dit kan onder andere komen door niet overeenkomstige software of hardware. Om dit probleem op te lossen stuit men echter op een lastig dilemma. Om uitsluiting door niet overeenkomstige elektronische middelen te voorkomen, is het van belang dat de overheid en de rechterlijke macht zoveel mogelijk gebruikt maakt van hardware en software die maatschappelijk gebruikelijk zijn. Uniforme middelen zouden bij uitstek hiervoor geschikt zijn, maar dit zorgt er wel voor dat de maatschappij en de overheid afhankelijk kunnen worden van één producent. Hierdoor zou deze veel invloed kunnen gaan uitoefenen en daarnaast ook een monopolypositie verwerven, wat uiteraard slecht is voor de marktwerking.

Hoe gaat echter de invloed van producenten in zijn werking? Hiervoor zullen we eerst bespreken wat beslissingsondersteunende systemen, of kennissystemen, inhouden.

Kennissystemen zijn programma’s die de wet geprogrammeerd hebben gekregen als een opeenstapeling van als-danregels. De simpelste systemen (deductieve kennissystemen) hebben slechts één geprogrammeerde interpretatie van de wet. Hierdoor is er geen keuzevrijheid voor andere interpretaties of het rekening houden met persoonlijke omstandigheden, ofwel gemotiveerde afwijking van de regels. Iets geavanceerdere systemen, zoals de argumentatiegebaseerde kennissystemen, kunnen wel verschillende interpretaties van de wet tonen. Het probleem blijft echter, dat nog steeds de programmeur die verschillende interpretaties geprogrammeerd moet hebben. Hij is dus verantwoordelijk voor de interpretaties die de rechter te zien krijgt en beïnvloed dus zo de rechtspraak, bewust of onbewust. Dit druist in tegen het principe van een onafhankelijke en onpartijdige rechter en moet dus worden voorkomen.

Om deze invloed tegen te gaan is daarom het beginsel van transparantie en verantwoordelijkheid opgesteld. Door de opbouw van de elektronische middelen openbaar te maken, kan iedereen, van leek tot expert, de middelen controleren. Fouten, gemiste of verkeerde interpretaties of manipulatie door ondernemingen kunnen hierdoor in de systemen worden voorkomen. Als dit echter niet het geval is, dan is het de taak van de rechter dit tijdig te realiseren en het probleem te omzeilen, ofwel gemotiveerd af te wijken van het systeem. Het komt er dus op neer dat de rechter verantwoordelijk is en blijft voor de uiteindelijke uitspraak.

Ten slotte het beginsel van voortvarendheid. Dit beginsel is gebaseerd op een van de meest frappante problemen, namelijk het grootste voordeel van e-justice. Efficiëntie, effectiviteit en met name snelheid worden allemaal verhoogd door de digitalisering van de rechtspraak en dit heeft grote invloed op de rol van de mens. Enerzijds is het van belang dat rechter deze drie voordelen ook daadwerkelijk gebruiken, en is er dus sprake van technologisch determinisme: de technologie bepaalt dat de rechter sneller moet werken. Anderzijds heeft de mens zo zijn grenzen en speelt sociaal determinisme een grote rol. Op een gegeven moment kan de rechter de eisen van de technologie niet meer aan, omdat hij bijvoorbeeld te gestressed wordt en overwerkt raakt. In dat geval heeft de technologie de grenzen van de mens bereikt en bepaalt de mens tot hoever de technologische ontwikkeling gaat.(5)

De grenzen van e-justice

Nu het kader is geschetst en is gekeken hoe dit kader door e-justice kan worden overschreden kan er antwoord worden gegeven op de hoofdvraag. Tot welke grens is de digitalisering van de rechtspraak wenselijk?

Het is uiteraard van groot belang voor de maatschappij dat de wet gehandhaafd wordt. Door het vervangen van conventionele middelen door digitale, kan uitsluiting van het rechtsysteem ontstaan. Enkele individuen zullen immers geen toegang hebben tot de elektronische middelen. Totale digitalisering is dus een stap te ver en de conventionele vorm van rechtspraak moet blijven bestaan naast de e-justice.

Daarnaast moet de kwaliteit van de elektronische rechtspraak nog aanzienlijk verbeteren om op hetzelfde niveau te komen als de conventionele rechtspraak, moet er een transparant, maatschappelijk gebruikelijk systeem ingevoerd worden en moeten de eisen voor rechters omhoog; de kwaliteitsgrens moet dus nog bereikt worden. Het laatst genoemde punt brengt echter wel een extra grens met zich mee, namelijk de menselijke grens. De eisen die e-justice aan de rechters stelt, mogen de mogelijkheden van het menselijke lichaam niet overtreffen. Binnen deze grenzen, gaan de voordelen van e-justice de grenzen van onze fantasie te boven.

1 http://www.motivaction.nl/ ; http://www.21minuten.nl/
2 http://www.rechtspraak.nl/
3 http://www.echr.coe.int/
4 http://www.unhchr.ch/
5 Voor meer informatie hierover, zie de artikelen van Sascha Hoogeveen en Yvette Raets
Literatuurlijst
Boeken
• Castells, M. (2003). De melkweg van het internet. Amsterdam: Uitgeverij Van Gennep
Artikelen
• Van den Hoogen, R.H. (2007). E-justice, beginselen van behoorlijke elektronische rechtspraak. Proefschrift.
• Prakken, H. (2005) Argumentatiemanagement voor Juristen. Oratie
Internet
• http://motivaction.nl/153/Nieuws/Artikelen/d:448/Nederland-vraagt-om-meer-overheid-en-meer/
• http://www.21minuten.nl/21minuten/images/21minuten_2007_rapport.pdf
• http://www.21minuten.nl/21minuten/images/21minuten_2007_samenvatting.pdf
• http://rechtspraak.nl/NR/rdonlyres/66B243B7-203E-47B3-B26E-D38C3C70089F/0/Persberichteuropeesonderzoekrechtspraak.pdf
• http://www.echr.coe.int/NR/rdonlyres/655FDBCF-1D46-4B36-9DAB-99F4CB59863C/0/DutchN%C3%A9erlandais.pdf
• http://www.unhchr.ch/udhr/lang/dut.htm

2 Reacties naar “Snel, Efficiënt en Harteloos.”

  1. machteld metzlar zei

    boeiend stuk om te lezen;
    nog een aanvulling:
    hoe moet er omgegaan worden met jurisprudentie in e-justice? krijg je dan correcties van rechters onderling?
    en hoe kun je opslag van alle vonnissen realiseren,zonder bijv.elke 5 jaar alles op een ander systeem te moeten opslaan, omdat het systeem alweer verouderd is?
    succes!

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.